Eerste aanpassingen NOW-regeling een feit

De Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) is aangepast.

In de regeling was geregeld dat het loon van werknemers voor wie een ontslagaanvraag was ingediend, na verhoging met 50% in mindering werd gebracht op de loonsom van januari 2020 (of, als daar geen loongegevens over beschikbaar zijn, november 2019). Dit had echter als onbedoeld effect dat de verhoging met 50% gedeeltelijk, geheel, of méér dan geheel teniet wordt gedaan, afhankelijk van de hoogte van het omzetverlies.

Voor elke euro minder loonkosten, krijgt de werkgever 90 cent minder subsidie; er vindt dus geen correctie plaats voor het omzetverlies. Hiervoor is gekozen vanuit de gedachte dat de werkgever met X% omzetverlies ook voor diezelfde X% van zijn loonsom subsidie nodig heeft. Anders gezegd: als omzet en loonsom met hetzelfde percentage dalen, zal de werkgever de overgebleven loonsom moeten betalen met de overgebleven omzet en dient er geen recht op subsidie te bestaan. Een correctie voor omzetverlies zou tot moeilijk uitlegbare situaties leiden: een werkgever met 50% omzetverlies, zou zijn loonsom met 60% kunnen verminderen en voor de overgebleven loonsom alsnog (50% x 90%) = 45% subsidie kunnen krijgen. ​

Verdere aanpassingen zijn:​

  • omdat het om uitvoeringstechnische redenen voor UWV niet mogelijk is een subsidieaanvraag te behandelen waarin een buitenlandse bankrekeningnummer is opgegeven, wordt geregeld dat werkgevers met een buitenlands rekeningnummer binnen vier weken een Nederlands rekeningnummer kunnen doorgeven. De subsidie zal vervolgens betaald worden op dit Nederlandse rekeningnummer;
  • de termijn voor de vaststelling van de subsidie is verlengd van 22 weken naar 52 weken. Door een termijn van 52 weken aan te houden bestaat voldoende tijd om een goede controle te verrichten van de verzoeken om vaststelling en de daarbij aangeleverde gegevens.

Over de regeling:

Het doel van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid is om het werkgevers mogelijk te maken om, in tijden van acute en zware terugval in de omzet van minimaal 20%, hun werknemers zoveel mogelijk in dienst te houden voor de uren die zij werkten voordat sprake was van die zware terugval.