Weinig belangstelling voor Overijsselse Grote R&D-samenwerkingsprojecten, hoe komt dat?

BLOG - Er is in Overijssel weinig belangstelling voor het onderdeel Grote R&D-samenwerkingsprojecten (EFRO 3.3.): smart industries van de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO Oost-Nederland 2017. De Overijsselse gedeputeerde Eddy van Hijum gaf onlangs in De Twentsche Courant Tubantia aan dat er zelfs nog geen één aanvraag was binnengekomen. Wanneer de regeling in de nabije toekomst niet beter wordt benut, dreigt het risico dat Oost-Nederland de komende jaren minder geld krijgt toegewezen uit Brussel.

Volgens provinciebestuurder Van Hijum zien veel ondernemers op tegen een lang en moeilijk aanvraagtraject, en valt dit ‘in de praktijk reuze mee’. Maar volgens Vindsubsidies expert Tim Lage Venterink kleven er, zeker voor mkb-bedrijven, wel degelijk een ‘paar nadelen’ aan het bewuste subsidieprogramma.

Waarom blijkt de EFRO-subsidie Grote R&D-samenwerkingsprojecten zo impopulair bij het Overijsselse mkb? Vier redenen.

Minder toegankelijk
Het onderdeel waar het hier om gaat, Grote R&D-samenwerkingsprojecten, is minder toegankelijk voor mkb-bedrijven dan de andere subprogramma’s binnen EFRO-Oost. Dat komt omdat het mkb 35% van de projectkosten zelf voor zijn rekening moet nemen. Bij een minimale totale projectinvestering van circa €600.000 gaat het dus om een behoorlijk bedrag.

Geen universeel uurloon
Ook kan er, in tegenstelling tot bijvoorbeeld subsidies als Eurostars en de populaire MIT-regeling niet worden gewerkt met een ‘aantrekkelijk’ forfait van €60 per uur. Er moet per medewerker van iedere samenwerkingspartner een uurloonberekening worden gemaakt.

Voorschot relatief laat
Het duurt relatief lang voordat het voorschot wordt uitbetaald. Tot na het goedkeuren van de eerste tussenrapportage. Dit is, in het bijzonder voor kleinere mkb-bedrijven lastig omdat ze dus alle R&D-activiteiten moeten voorfinancieren. Kijkend naar de meer mkb-gerichte programma’s zoals de MIT en Eurostars waar er tot 90% voorschot wordt uitbetaald bij verleningsbeschikking, is het logisch dat de voorkeur van mkb’ers uitgaat naar deze regelingen.

Geen snelle beoordeling
De beoordelings- en afwikkeltermijn is niet snel. De managementautoriteit moet binnen 26 weken de aanvragen beoordelen. Bij het beoordelen van de tussenrapportage wordt ook nog eens een termijn van maximaal 13 weken gehanteerd. Dit betekent dus dat een mkb’er in de praktijk vrij lang moet wachten op een bijdrage, ook wanneer de beschikking reeds is afgegeven.

Het is wel jammer dat de regeling niet loopt. De subsidiebijdrage van minimaal €250.000 en maximaal €2 miljoen per project, is natuurlijk fors. Bovendien is het positief dat binnen dit onderdeel van het EFRO-programma de samenwerking tussen het mkb, grootbedrijf en kennisinstellingen in de regio wordt gefaciliteerd. Wellicht dat de provincie toch nog eens kritisch wil kijken naar de bestaande obstakels.

Vindsubsidies teamleider NL Tim Lage Venterink