WBSO in 2016 biedt nieuwe voordelen voor ICT

Sinds op Prinsjesdag de nieuwe WBSO-regeling is gepubliceerd, is het onrustig in de ICT-branche. Vooral de aangescherpte definitie voor het ontwikkelen van programmatuur doet veel stof opwaaien. Een grote groep bedrijven zou door deze aanpassing enorm worden gedupeerd.

Toch zijn er minstens zoveel ICT-bedrijven die er volgend jaar WBSO-technisch juist op vooruit gaan.

De Wet Bevordering Speur en Ontwikkelingswerk (WBSO) verandert. Vanaf 2016 is de regeling samen gevoegd met de Research en Developmentaftrek (RDA). Waardoor zowel de loonkosten van projectmedewerkers als de investeringskosten voor een bepaald percentage in mindering mogen worden gebracht op de loonheffing. Op dit moment werkt de RDA via een afdrachtvermindering op de winstbelasting, waardoor bedrijven die te weinig winst maken, buiten de boot vallen. Deze bedrijven tellen dus volgend jaar wel mee. Een zeer positieve verandering.

Urenlimiet verdwijnt bij forfaitaire keuze
Een andere positieve wijziging is het opheffen van de limiet van 150 uren per maand wanneer er gebruik wordt gemaakt van de optie om RDA aan te vragen met een forfaitair bedrag per S&O-uur. Bij het aanvragen van RDA voor kosten en uitgaven voor het uitvoeren van een eigen S&O-project hebben bedrijven de keuze tussen een forfaitair bedrag of het daadwerkelijke bedrag aan kosten en uitgaven. Voorheen konden bedrijven alleen gebruik maken van dit forfaitair bedrag wanneer er minder dan 150 uur per maand aan ontwikkeling werd besteed. Vanaf 2016 geldt deze limiet niet meer, waardoor het altijd mogelijk wordt om voor deze optie te kiezen. Het voordeel dat daarmee voor heel veel bedrijven wordt behaald, is zo groot dat het kan opwegen tegen het verlaagde percentage afdrachtvermindering van de eerste schijf van 35% naar 32%.

Definitie programmeren
Maar waar veel ICT-bedrijven, inclusief de brancheorganisatie, van wakker liggen, is de aangescherpte definitie van programmatuurontwikkeling. Alleen het ‘echte’ programmeren, in de codetaal, door eigen medewerkers in loondienst, komt nog in aanmerking voor WBSO. Wanneer bedrijven zelf geen vertaalslag maken van de creatieve ontwikkelingen op papier, naar het vastleggen in een formele programmeertaal, is het niet meer mogelijk om WBSO aan te vragen.

Teleurstelling begrijpelijk
Het klopt dat veel bedrijven, die de afgelopen jaren op dit punt volop gebruik maakten van de WBSO, deze subsidie in de toekomst mislopen. Het is begrijpelijk dat dit tot teleurgestelde reacties leidt, maar het is een keuze van het kabinet om het gereserveerde WBSO-budget, € 1.143 miljoen, zoveel mogelijk te verdelen over de bedrijven die voldoen aan de belangrijkste doelstelling van de regeling: onderzoek naar en ontwikkeling van technologische vernieuwing in het bedrijfsleven. En de manier om hier controle op te krijgen,is dus de strengere definitie waarbij gecheckt wordt of het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd echt gaat over programmeren in codetaal.

Juist omdat er veel kritiek is op deze aanpak, is het niet ondenkbaar dat er de komende jaren zaken blijven veranderen op het gebied van de WBSO-ICT. Bovendien is het voorgestelde Belastingplan, waarvan de WBSO onderdeel uitmaakt, nog steeds niet officieel goed gekeurd. Ondertussen doen de benadeelde bedrijven er goed aan ook de andere subsidiekansen op ICT-gebied in de gaten te houden, zoals volgend jaar binnen de nieuwe ronde Mkb Innovatiestimulering Topsectoren (MIT).

Vindsubsidies-consultant Jasper Ipskamp