Verruiming BMKB vanwege coronacrisis gepubliceerd
De regeling Borgstelling mkb-kredieten (BMKB) is tijdelijk uitgebreid vanwege de coronacrisis. In het kader van deze al eerder aangekondigde verruiming wordt de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50% naar 75%. Deze verruiming treedt met terugwerkende kracht op 16 maart 2020 in werking en is voorzien voor de duur van één jaar.
 
De wijziging vindt plaats door de bij de subsidiemodule behorende modelovereenkomsten op enkele plaatsen te wijzigen. Normaal gesproken geldt dat een bedrijfsborgstellingskrediet minstens even groot moet zijn als een daarmee gelijktijdig afgesloten ander krediet (dus 100% van het bedrijfsborgstellingskrediet). Voor de mkb-ondernemingen die een liquiditeitsbehoefte hebben als gevolg van de uitbraak van het coronavirus en een kortlopend krediet afsluiten voor de duur van twee jaar is dit percentage nu vastgesteld op 33,3%. Daarnaast zijn twee versoepelingen doorgevoerd in de voorwaarden. In de eerste plaats is de verplichting aan de banken om een persoonlijke borgstelling te vragen voor het krediet verlaagd van 25% naar 10% en verder wordt niet de eis gesteld dat er een tekort is aan zekerheden.

Verruimde bedrijfsborgstellingskrediet niet zes jaar, maar twee jaar

Zoals hierboven aangegeven is de duur van het verruimde bedrijfsborgstellingskrediet niet zes jaar, maar twee jaar. Uiterlijk na verloop van deze periode moet het bedrijfsborgstellingskrediet zijn afgelost. Dat kan op twee manieren. In de eerste plaats kan dat door het bedrijfsborgstellingskrediet na verloop van ieder kwartaal te verminderen met een vast bedrag, zodat het na verloop van twee jaar is afgelost. Het is aan de financier om te bepalen in welk kwartaal met de aflossing moet worden begonnen. Hoe later wordt begonnen met aflossen, hoe hoger het vaste bedrag zal zijn.
De bank kan ook kiezen voor een aflossing aan het einde van de looptijd ten bedrage van de hoofdsom. Dit wordt bereikt door in het laatste kwartaal van de looptijd van het bedrijfsborgstellingskrediet met de aflossing te beginnen en deze dan in één keer af te lossen.