Verdere versoepeling BMKB

Er is een wijziging van de regeling Borgstelling mkb-kredieten (BMKB) gepubliceerd. Ook deze, al eerder aangekondigde, wijziging is doorgevoerd vanwege de effecten van de coronacrisis. De borgstelling door de Nederlandse Staat onder de BMKB werd eerder al verruimd. Deze verruiming heeft plaatsgevonden door de bij de BMKB behorende overeenkomsten op enkele plaatsen te wijzigen voor gevallen waarin sprake is van een bedrijfsborgstellingskrediet dat wordt afgesloten in verband met de coronacrisis (het corona-bedrijfsborgstellingskrediet). Aanvullend hierop is nog een aantal wijzigingen doorgevoerd.

Allereest is de looptijd van het corona-bedrijfsborgstellingskrediet aangepast van twee naar vier jaar.

Verder is voor het corona-bedrijfsborgstellingskrediet een afwijkende, lagere eenmalige provisie in de BMKB opgenomen. Voor het corona-bedrijfsborgstellingskrediet bedraagt de eenmalige provisie voor (reguliere) mkb-ondernemers:

  • 2% in het geval de overeenkomst van borgtocht een bedrijfsborgstellingskrediet betreft met een looptijd van ten hoogste twee jaar;
  • 3% in het geval de overeenkomst van borgtocht een bedrijfsborgstellingskrediet betreft met een looptijd van ten hoogste vier jaar.

Dit in plaats van de gebruikelijke 3,90% of 4,25% die bij een looptijd van ten hoogste twee respectievelijk vier jaar van toepassing is op dit type mkb-ondernemingen. Deze afwijkende provisie heeft uitsluitend betrekking op steun aan (reguliere) mkb-ondernemers, en dus niet op de innovatieve mkb-ondernemers die zich juist richten op het aanbieden van (nog te ontwikkelen) vernieuwende producten en diensten op een markt. Vanwege het effect dat op korte termijn beoogd wordt, zal bij het corona-bedrijfsborgstellingskrediet geen gebruik worden gemaakt van een gespreide provisie, omdat uit de praktijk blijkt dat deze met name gebruikt wordt bij bedrijfsborgstellingskredieten met een langere looptijd.

Over de regeling 

De regeling Borgstelling mkb-kredieten is bedoeld om knelpunten bij de kredietverlening door particuliere kredietinstellingen (banken en kredietverstrekkers) aan mkb-ondernemingen te verminderen.