Samenvoeging WBSO en RDA, verbetering of niet?

‘Samenvoeging R&D subsidies schept nieuwe obstakels’, kopte Het Financieele Dagblad vorige week. In het artikel leggen verschillende deskundigen uit wat er valt te verwachten wanneer de innovatiesubsidies WBSO & RDA vanaf 1 januari 2016 zijn samengesmolten tot één nieuwe regeling.

Bepaalde bedrijven gaan achter het net vissen, zo luidt het oordeel. Een terechte conclusie?

De voorgestelde integratie van de WBSO en de RDA moet het voor bedrijven eenvoudiger maken om te profiteren van belastingvoordelen voor onderzoek en ontwikkeling.  De huidige regelingen verminderen de belastingdruk voor bedrijven die geld steken in onderzoek en ontwikkeling. De WBSO verlaagt de loonbelasting en de sociale premies die bedrijven afdragen voor R&D-personeel. Uitgaven voor de bouw van laboratoria en de aanschaf van onderzoeksapparatuur kunnen op hun beurt met de RDA deels worden afgetrokken van de inkomsten- of winstbelasting. Omdat sommige ondernemers te weinig winst maken om hun materiele R&D-kosten te kunnen aftrekken, wordt de regeling geïntegreerd in de WBSO zodat vanaf volgend jaar ook deze materiele kosten kunnen worden verrekend met de loonheffing.

Verzilveringsproblemen
De deskundigen in het FD voorspellen echter nieuwe ‘verzilveringsproblemen’, zowel voor grote concerns als voor kleine ondernemers. Er mogen namelijk alleen R&D-uitgaven worden verrekend met de loonheffing die wordt afgedragen door het dochterbedrijf dat het onderzoeks- en ontwikkelingswerk verricht. Het kan echter gebeuren dat deze dochterbedrijven te weinig loonheffing afdragen om het toegestane deel van de R&D-kosten volledig te kunnen aftrekken. De kans hierop is het grootst als met het R&D-werk veel kapitaal en weinig arbeid is gemoeid.

En ook startende ondernemers zouden in de problemen kunnen komen, omdat zij vaak te weinig personeel in dienst hebben waarvoor zij loonheffing afdragen.

Verbetering
Vindsubsidies sprak de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze onderkent de problemen, maar geeft aan dat het lastig op te lossen is. Het is bijna onmogelijk de regeling voor iedere ondernemer perfect passend te maken.  Bovendien komt deze oplossing op de eerdere problemen niet uit de koker van de RVO, maar van de ministeries Financiën en Economische Zaken. Ondanks dat deze problemen voor een kleine doelgroep blijven bestaan, heerst het gevoel, zowel bij ons als de RVO, dat de nieuwe regeling meer recht doet aan de bedoeling van de regeling en dat de verzilveringsmogelijkheden, vooral voor het MKB, over de hele linie zijn verbeterd.

Vindsubsidies-teamleider Auke ten Bokum