Reclame voor Juncker-fonds terecht?

BLOG - ,Nederland als geheel, maar ook Twente als regio laat vele miljarden euro’s aan Europese subsidies onbenut’, luidt de eerst zin in het artikel ‘Twente laat miljarden euro's aan Europese subsidie glippen’ in de Tubantia van 21 november j.l.  Het artikel gaat over het EFSI-fonds, beter bekend als het Juncker-fonds, waarvan overheden en ondernemers te weinig gebruik zouden maken. Partijen uit andere lidstaten trekken wel honderden miljoenen uit deze pot, stelt Annie Schreijer-Pierik, Twents Europarlementariër voor het CDA. Schreijer-Pierik komt in actie en roept de regio op met projecten te komen en in Brussel om financiering te vragen. Heeft deze oproep zin?


Juncker-fonds is geen subsidie
Een kleine nuancering is op zijn plek. Bij het Juncker-fonds gaat het niet om subsidie. Maar om een (vorm van een) lening. Het geleende geld moet weer worden terugbetaald. Bovendien is het maximumbedrag waarover een lening mag worden aangevraagd 50% van de totale projectomvang. De andere helft moet de aanvragende overheid of organisatie dus zelf nog bijleggen. Tot zover in basis niets mis mee, maar de reeds genoemde 50% moet een waarde hebben van minimaal € 50 miljoen, dat betekent dat het Juncker-fonds projecten van minimaal € 100 miljoen zoekt. Dat is een aardige omvang. En niet voor iedere ondernemer weggelegd, zelfs niet voor een midcap van 3.000 medewerkers (de maximale omvang binnen de doelgroep van ondernemers). Het rentepercentage van het fonds is ondoorzichtig, dus het is niet duidelijk of je uiteindelijk financieel beter af bent dan wanneer je als organisatie bij je eigen bank leent. Dat terwijl er wel een uitgebreid plan met financieringsvoorstel ingediend moet worden en projecten moeten bijdragen aan de doelstellingen van de Europese Unie. Een obstakel voor de potentiële aanvragers.

Fonds moet transparanter
Wanneer er binnen een regio plannen met economische of maatschappelijke impact niet worden uitgevoerd wegens geldgebrek, moet de weg naar het Juncker-fonds natuurlijk wel worden gevonden. Daarvoor is het nodig dat het fonds transparanter wordt, bijvoorbeeld over de rente die moet worden betaald (zodat men een business case kan bouwen op actuele data). Het fonds pretendeert wel goedkoper te zijn en meer risico te willen lopen, maar het ontbreekt aan cijfers en vergelijkingsmateriaal waardoor een ondernemer niet weet in welk avontuur hij stapt. Geen lekker vooruitzicht als je dan toch dat ene project voor meer dan € 100 miljoen wilt uitvoeren.

Behoefte aan een coördinerende partij
Daarnaast is er behoefte aan een coördinerende partij voor aanvragen van € 100 miljoen of meer, een partij die ook mee kan denken over die andere 50%, immers hebben de meeste organisaties geen € 50 miljoen in hun achterzak. Een partij die kan onderzoeken voor overheden of projecten en investeringen voldoende matchen met de doelstellingen van de EU en of een Europese lening rendabel is. Zo kunnen gemeenten en samenwerkingsverbanden van bedrijven een gedegen afweging maken of zij –tijdelijk - aanspraak gaan maken op dit Brusselse geld. Deze rol zou in de toekomst bijvoorbeeld kunnen worden vervuld door het Nederlandse Investerings Agentschap (NIA), maar wellicht is de (her)oprichting van een echte Nederlandse Investeringsbank beter, zeker met het oog op cofinanciering. Voorbeelden uit andere EU landen spreken in het voordeel van zo’n bank. Ook de exacte rol van het NIA hierin moet duidelijk nog verder worden ingevuld. Belangrijk is wel om op korte termijn keuzes te maken, want als Jean-Claude Juncker het stokje overdraagt aan zijn opvolger is de continuïteit van het fonds geen vanzelfsprekendheid.

Zolang er vooral veel informatie wordt gevraagd en te weinig wordt gegeven, verwacht ik dat een groot deel van de ondernemers en bestuurders dit fonds links laten liggen. En heeft het reclame maken voor het Juncker-fonds nog niet veel zin.

Vindsubsidies consultant Erwin Altena.