OCW publiceert regeling voor ondersteuning culturele en creatieve sector
De Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19 (AOCCS) is gepubliceerd. Doel van deze regeling is het verstrekken van aanvullende ondersteuning aan de culturele en creatieve sector, die als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan wordt geconfronteerd met inkomstenderving. Uiteindelijk doel is de instandhouding van vitale onderdelen in de Nederlandse culturele infrastructuur. De regeling vormt een onderdeel van het steunpakket voor de culturele en creatieve sector dat onlangs werd aangekondigd.
Het is niet mogelijk een aanvraag in te dienen in het kader van deze regeling. De beschikbare gelden worden ambtshalve verstrekt, of verstrekt op basis van regelingen die worden uitgevoerd via de rijkscultuurfondsen.
De regeling kent drie zogenaamde sporen op basis waarvan ondersteuning wordt verstrekt.

Spoor 1: aanvullende subsidie aan meerjarig door het Rijk gesubsidieerde producerende instellingen
De aanvullende steun die op grond van deze regeling in spoor 1 wordt verstrekt, is in de eerste plaats bedoeld om instellingen die essentieel zijn voor de culturele infrastructuur en van groot belang voor de werkgelegenheid in de sector, te helpen het hoofd boven water te houden gedurende de periode waarvoor de regering beperkende maatregelen heeft afgekondigd.

De steun in het kader van spoor 1 wordt gegeven aan een categorie instellingen die behoort tot de BIS en de infrastructuur die meerjarig door de rijkscultuurfondsen wordt ondersteund. Een derde categorie van instellingen die in spoor 1 in aanmerking komt voor ondersteuning is de categorie van ‘overige OCW-instellingen’. Hiermee worden instellingen bedoeld die op structurele basis instandhoudingsmiddelen uit de OCW-begroting ontvangen, maar die formeel gezien geen BIS-instelling zijn (in de praktijk betreft het instellingen met museale activiteiten die gelijksoortig zijn aan die van de museale instellingen in de BIS).

Binnen spoor 1 wordt (een deel van de) terugval van eigen inkomsten van de instelling gecompenseerd. Instellingen ontvangen een tegemoetkoming van 45% van het gemiddelde bedrag aan eigen inkomsten in de jaren 2017 en 2018 (voor bepaalde instellingen geldt een afwijkend percentage). Op de aldus te berekenen tegemoetkoming wordt een bedrag in mindering gebracht ter hoogte van 25% van de reserves. De aanvullende steun bedraagt nooit meer dan 300% van de som van structurele overheidssubsidies die aan de instelling zijn verstrekt ten behoeve van haar exploitatie in 2018.

De aanvullende steun binnen spoor 1 wordt verstrekt in de vorm van subsidie krachtens de Wet op het specifiek cultuurbeleid (zie RSCULTUUR).

Spoor 3: investeren in de vitale regionale infrastructuur via de rijkscultuurfondsen voor cruciale regionale musea, (pop)podia en filmtheaters
Spoor 3 wordt via de rijkscultuurfondsen vormgegeven en heeft betrekking op de cruciale onderdelen van de regionale culturele basisinfrastructuur. Het gaat om instellingen die een dragende functie hebben in de regionale infrastructuur en acute liquiditeitsproblemen hebben als gevolg van de uitbraak van het coronavirus of de maatregelen ter bestrijding daarvan. Het gaat om gemeentelijke en provinciale musea, filmtheaters, en (pop)podia. De regeling beperkt zich tot die instellingen die tevens van belang zijn voor de landelijke culturele infrastructuur.

Het gaat bij spoor 3 om aanvullende steun. Voor zover mogelijk heeft de aanvrager van de steun al gebruik gemaakt van de generieke compensatiemaatregelen van de rijksoverheid alsmede van door gemeenten of provincies in het kader van hun lopende subsidies getroffen coulancemaatregelen. Bovendien moet er sprake zijn van medefinanciering door andere overheden. Het is aan de betrokken gemeente of provincie zelf om te beslissen of zij bereid is om een instelling die in het kader van spoor 3 in aanmerking komt voor subsidie, een additionele financiële bijdrage toe te kennen, en zo ja, voor welk bedrag. Ook wordt met deze regeling niet bepaald in welke vorm een additionele financiële bijdrage moet worden verstrekt.

De rekenregel van spoor 1 is van overeenkomstige toepassing op de subsidies in spoor 3, met dien verstande dat, omdat sprake is van medefinanciering, niet het volledige bedrag van de uitkomst van die rekenregel geldt, maar de helft daarvan. Bij de (pop)podia wordt bovendien gerekend met een afwijkend percentage: 22,5% van de in 2018 behaalde eigen inkomsten wordt in aanmerking genomen in plaats van 45%. Voor alle categorieën geldt daarnaast een maximering van het te verlenen bedrag. Naast de algemene maximering van 300% van de som van structurele overheidssubsidies die aan de instelling zijn verstrekt ten behoeve van haar exploitatie in 2018, geldt specifiek dat per aanvrager ten hoogste een bedrag wordt verleend van € 400.000 (filmtheaters) respectievelijk € 1 miljoen (musea en (pop)podia).

De implementatie van spoor 3 wordt belegd bij de fondsen die in de relevante sectoren actief zijn: Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed, Stichting Nederlands Fonds voor de Film en Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten. Deze fondsen zullen de steun verstrekken in de vorm van subsidie op basis van hun eigen regelingen.

Spoor 5a: Inzet voor makers via bestaande regelingen van de rijkscultuurfondsen
Spoor 5a betreft een investering in de zes rijkscultuurfondsen om hun bestaande regelingen gericht op werk voor makers in alle sectoren, te intensiveren. Het hiervoor beschikbare budget wordt gelijkelijk over deze fondsen verdeeld.

Extra openstelling Regeling op het specifiek cultuurbeleid voor zes presentatie-instellingen
Op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid kan subsidie worden verstrekt aan ten hoogste zes presentatie-instellingen. In aanvulling op het daarvoor beschikbare budget van € 3.083.000, is voor twee instellingen elk een aanvullend bedrag beschikbaar van € 250.000 voor verbreding van het publieksbereik (groot landelijk en internationaal publieksbereik).

Op 4 juni 2020 heeft de Raad voor cultuur advies uitgebracht over alle aanvragen die waren ingediend in het kader van de BIS 2021-2024. Dit advies had geen betrekking op de extra gelden. Daarom is nu een extra termijn voor het indienen van aanvragen gepubliceerd. Deze termijn loopt parallel aan de hoor- en wederhoorprocedure die start naar aanleiding van het uitbrengen van het advies van 4 juni 2020. De kring van aanvragers is beperkt tot presentatie-instellingen die binnen de oorspronkelijke termijn een aanvraag hebben ingediend waarover de raad een positief advies heeft afgegeven. Aan hen wordt de mogelijkheid geboden (nogmaals) specifieke plannen in te dienen, gericht op het verbreden van hun nationale en internationale publiek. De twee geselecteerde instellingen krijgen elk een aanvullend bedrag van € 250.000.
Aanvragen in het kader van de aanvullende aanvraagronde kunnen tot en met 4 juli 2020 worden ingediend.