Nederland versterkt positie als Europees innovatieleider

NIEUWS - Nederland heeft zijn positie als innovatief koploper versterkt, zo blijkt uit het dinsdag gepubliceerde European Innovation Scoreboard 2017 (EIS) van de Europese Commissie.

Het EIS vergelijkt elk jaar de onderzoeks- en innovatieprestaties van de 28 EU-lidstaten. Daarnaast analyseert het rapport de relatieve sterktes en zwaktes van de onderzoeks- en innovatiesystemen. Op deze manier geeft het scorebord de lidstaten inzicht in waar zij hun innovatieprestaties kunnen verbeteren. Het EIS rangschikt de lidstaten ten slotte in vier categorieën: innovatieleider, innovatievolger, gemiddelde innovator en zwakke innovator.

Volgens
het EIS 2017 noteert Nederland ten opzichte van vorig jaar een hogere score op alle 27 indicatoren voor innovatiekracht. Bovendien heeft Nederland Duitsland ingehaald en is daarmee gestegen van de vijfde naar de vierde plek op de lijst. Naast Nederland en Duitsland zijn ook Zweden, Denemarken, Finland en het Verenigd Koninkrijk in 2017 als innovatieleider aangeduid. In 2016 behaalde Nederland deze aanduiding voor het eerst.

Investeringen in innovatie door bedrijven lopen achter
Nederland scoort volgens het rapport goed bij de kwaliteit van de wetenschappelijke publicaties, het aandeel van het mkb in innovatie en de onderlinge samenwerking van bedrijven om dit te stimuleren. De uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling vanuit de publieke sector liggen ruim boven het EU-gemiddelde en zijn tussen 2010 en 2016 bovendien met 10% gestegen. Volgens het EIS blijven de investeringen in innovatie in Nederland door bedrijven zelf nog wel steeds achter ten opzichte van Europa. In 2016 lag deze score 20,3% onder het Europese gemiddelde.

Minister Kamp van Economische Zaken (EZ) stelt in een reactie het volgende: "Door intensieve samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden is de innovatiekracht en daarmee het concurrentievermogen van Nederland de afgelopen jaren verder versterkt. Om ook in de toekomst onze positie als Europees innovatieleider te handhaven, is er wel actie nodig. Onze publieke investeringen in innovatie liggen boven het Europese gemiddelde, maar de eigen investeringen van Nederlandse bedrijven liggen daar onder. Het is nu belangrijk dat juist ondernemers extra gaan investeren in innovatie."

Extra innovatiesubsidies of beter subsidiemechanisme?
Om Nederlandse bedrijven aan te zetten tot die extra investeringen in onderzoek en innovatie zou de overheid meer subsidies kunnen gaan verstrekken. Iets waar ook innovatie-expert Koen Debackere, adviseur van het Nederlandse kabinet, begin dit jaar hartstochtelijk voor pleitte. Volgens Debackere zet Nederland veel te veel in op fiscale voordelen, maar die lokken onvoldoende private investeringen in onderzoek en innovatie uit. Het geld dat bedrijven met aftrekregelingen voor innovatie besparen, wordt namelijk maar voor de helft geïnvesteerd in meer onderzoek en ontwikkeling, de andere helft wordt gebruikt om de kosten te verlagen.

Henk Heerink, directeur van Vindsubsidies, onderschreef het pleidooi van Debackere slechts deels. Volgens Heerink is meer budget voor geldelijke innovatiesubsidies weliswaar prima, maar is het vooral belangrijk dat de overheid ondernemers meer gaat vertrouwen en een beter subsidiemechanisme opstelt. Een vriendelijker ‘high-trust’ subsidiemechanisme zou volgens Heerink bij moeten dragen aan het beter bereiken van de Nederlandse innovatiedoelstellingen. "Waarbij beter wordt gekeken naar de hoofdlijnen van een project of ontwikkeling. Loopt een project goed? Wordt er resultaat behaald? En waarbij niet te veel wordt ingezoomd op de kleine onderdelen en marginale regels, waardoor het voor kan komen dat mooie projecten, die goed aansluiten bij de innovatiedoelstellingen van de overheid, toch (deels) worden afgekeurd op een futiliteit."