Koolmees: oog voor verscheidenheid bij eindafrekening NOW

Er is grote verscheidenheid in de bedrijven die de NOW aanvragen. Daarom wordt er bij de eindafrekening van de NOW rekening gehouden met deze verschillen.

Dat hebben minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Nederlandse Beroepsorganisatie voor Accountants (NBA) samen uitgewerkt en dat heeft de minister vastgelegd in een protocol. Grote bedrijven met veel subsidie krijgen zo een uitgebreide controle terwijl tegelijkertijd voorkomen wordt dat de administratieve lastendruk kleine bedrijven boven het hoofd groeit.

Het kabinet wil banen beschermen in de Corona-crisis. Bedrijven die hun omzet door de impact van het virus met minstens 20% zagen dalen, konden daarom vanaf 6 april tot 5 juni de subsidie NOW uit het eerste noodpakket aanvragen. Hiermee kregen ze maximaal 90% van hun loonsom vergoed. Bijna 140.000 bedrijven maakten gebruik van de NOW 1. Ze kregen vervolgens een voorschot van 80% van de verwachte subsidie.

Vanaf begin oktober, UWV streeft naar 7 oktober, kunnen bedrijven de eindafrekening aanvragen. Hierbij wordt gekeken naar de daadwerkelijke omzetdaling in het eerste subsidietijdvak (maart, april en mei). Afhankelijk daarvan wordt de subsidie aangevuld. Maar het kan ook dat het bedrijf het beter heeft gedaan dan verwacht, en het omzetverlies hierdoor lager is dan begroot. Dan moet er subsidie worden terugbetaald. Ook daalt het subsidiebedrag als de loonsom is gedaald.

Tussen de 140.000 bedrijven die NOW hebben ontvangen, zitten grote verschillen in omvang en in het aangevraagde subsidiebedrag. Zo heeft 60% van de bedrijven die NOW ontvangen minder dan 10 werknemers in dienst. Voor hen is de administratie soms een extra taak in het weekend. Andere grote bedrijven hebben een jaarrekening met een verplichte accountantscontrole en een daarbij behorende administratie. Bijna 70% van het totale subsidiebedrag dat in NOW 1 is overgemaakt gaat naar 10% van de bedrijven; zij kregen een voorschot van € 100.000 of meer.

Minister Koolmees en de NBA willen daarom met het accountantsonderzoek een redelijk midden houden tussen de administratieve lastendruk en het risico op oneigenlijk gebruik en fraude. Daarom is gekozen voor verschillende gradaties in de vereiste intensiteit van de controle voor de eindafrekening. Bij een subsidie van onder de € 25.000 hoeven bedrijven geen externe controleronde te laten doen. Wel wordt er steekproefsgewijs en op basis van risicoanalyses gecontroleerd.

Ook kleine bedrijven moeten dus hun administratie goed op orde hebben. Bedrijven die een voorschot ontvangen van € 20.000 of meer maar onder de drempel van € 125.000 blijven, hebben een derdenverklaring nodig. Een derdenverklaring kan door een administratiekantoor, belastingconsulent, boekhouder of accountant worden afgegeven.

Vanaf € 125.000 subsidie hebben ondernemers een accountantsverklaring nodig. De intensiteit van het accountantsonderzoek hangt ervan af of een onderneming meer of minder dan € 375.000 ontvangt en of deze onderneming een verplichte controle voor hun jaarrekening moet hebben.

Van bedrijven die een controleplichtige jaarrekening hebben en dus een administratie voeren die aan die eisen moet voldoen én die ook een hoge subsidie (€ 375.000 of meer) ontvangen, mag meer verantwoording verwacht worden. Blijkt deze er niet in voldoende mate te zijn, dan wordt de subsidie teruggevorderd. Als het om onvolkomenheden gaat in de administratie mede als gevolg van het Corona-virus, zogenoemde inherente beperkingen, wordt de subsidie niet geheel teruggevorderd, maar wordt er een korting van 10% toegepast via het UWV.

Zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/09/08/oog-voor-verscheidenheid-bij-eindafrekening-now