Extra stimulans voor onderzoek met maatschappelijke impact: bedrijven opgelet!

BLOG – Normaal gesproken is de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) nou niet direct een organisatie waar je als mkb’er terecht kunt voor financiering. Recent opende NWO echter een pilotprogramma dat ook voor het bedrijfsleven erg interessant is.

Het gaat om het programma Industrial Doctorates, dat is gericht op het bevorderen van de samenwerking tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven, en in het bijzonder op het midden- en kleinbedrijf (mkb). Binnen het programma voert een kandidaat-promovendus werkzaamheden uit bij zowel de kennisinstelling als het deelnemende bedrijf.

Het programma in vogelvlucht
Het programma staat open voor zowel jonge talentvolle kandidaten die hun master recent behaald hebben (of op het punt staan die te behalen), als voor talenten die al werkzaam zijn bij het partnerbedrijf en alsnog willen promoveren. Kandidaten kunnen afkomstig zijn uit elk wetenschappelijk domein en deelname beperkt zich niet tot de industrie.

De maximaal aan te vragen NWO-subsidie per project bedraagt € 222.563. Dit budget is primair bedoeld voor personele kosten en bijbehorende benchfee. De subsidie is beschikbaar voor projecten waarin een promovendus op basis van ‘colocatie’ promoveert. Dat betekent dat het onderzoek uitgevoerd wordt binnen de kennisinstelling én het deelnemende bedrijf.

Impact, impact, impact!
Deze regeling lijkt een uitvloeisel van een ontwikkeling en discussie die al langer gaande is. Het gaat hier om de rol van universiteiten in de maatschappij en, in het verlengde daarvan, de samenwerking tussen academische instellingen en het bedrijfsleven. In toenemende mate is de heersende opinie dat (wetenschappelijk) onderzoek ook maatschappelijke impact moet hebben. Daarbij is de veronderstelling dat samenwerking met het bedrijfsleven bijdraagt aan het realiseren van die maatschappelijke impact via mechanismen als een relevantere vraagstelling, directere implementatie van onderzoeksresultaten en meer op de praktijk gerichte talentontwikkeling.

NWO zet met het pilot-programma een voorzichtige stap richting meer impact buiten de academische omgeving. De instrumenten van de Europese Unie daarentegen ademen nu al aan alle kanten het belang van maatschappelijke impact. De Innovation Associate is bijvoorbeeld een instrument dat sterke gelijkenis vertoont met het initiatief van NWO. Ook in de focus van het Horizon 2020 werkprogramma voor de periode 2018-2020 en de pilot European Innovation Council is de trend te herkennen. En bij instrumenten specifiek voor het bedrijfsleven zoals het SME-instrument en de herintroductie van Fast Track to Innovation (FTI) is dit al langer het geval.

Blijft echter de vraag: is samenwerking met het bedrijfsleven nu wel het middel om te komen tot de gewenste maatschappelijke impact. Moet de markt de onderzoeksvraag bepalen? Is het niet juist de academische vrijheid die universiteiten onderscheidt van hogescholen en onderzoekscentra als TNO? En meer praktisch: zijn kpi’s, werkmethoden, logica en cultuur, wel voldoende op lijn te brengen voor effectieve samenwerking? En als je dan samenwerking als middel ziet (tenslotte is het voor NWO ook geen doel), hoe kun je dan academische impact in lijn brengen met maatschappelijke en business impact? En hoe zet je dat neer in je subsidieaanvraag? Een logic model voor impactgeneratie kan hier steun bieden.

NWO zet met haar programma dus ook een stapje richting meer maatschappelijke impact. Een voorzichtig stapje, dat wel, want het gaat tenslotte om een pilot met een budget van maximaal € 3,4 miljoen.

Interesse? Aanvragen kunnen tot en met 16 januari 2018 worden ingediend. Wij helpen u graag verder om te kijken naar de mogelijkheden.

Marnix Smit, leader EU-team Vindsubsidies